Het Joods Werkdorp leeft onder de polderbewoners. Het is nog steeds een beetje van hen.
Ina Hoogenbosch en Marieke Roos zijn onafhankelijk van elkaar in het verleden op deze plek actief geweest.
Daardoor zijn zij zich betrokken gaan voelen met het werkdorp en vooral met zijn bewoners. Dat was voor hen de reden om een namenmonument te realiseren ter nagedachtenis aan alle 197 bewoners met hun partners en kinderen. de onthulling was op 6 oktober 2021 80 jaar na de sluiting van het werkdorp en 87 jaar na het slaan van de eerste paal voor het gemeenschapshuis.
George van den Bergh, mede-initiatiefnemer van dit Werkdorp zei op 3 oktober 1934 bij de opening o.a.: dat;
‘Misschien, eens, hier een eenvoudige steen wordt geplaatst met de woorden: hier stond het Joods Werkdorp Nieuwesluis . Moge dan alle voorbijgangers uit alle volkeren en alle godsdiensten en rassen met eerbied die steen aanschouwen’. Die steen staat sinds 9 november 1989 achter mij, niet zoals v.d. Bergh het in zijn gedachten had helaas. Maar voor mij liggen 197 nieuwe stenen. Die vandaag en alle andere dagen eveneens met eerbied aanschouwd mogen worden.
Sinds de machtsovername van Hitler was er, voor wie dat wilde zien, voor Joden geen toekomst meer in Duitsland. Maatschappelijke uitsluiting, ondersteund door bruut geweld. Al snel kwamen de eerste vluchtelingen naar Nederland. Waaronder jongeren van allerlei pluimage, zionisten, communisten, gezinnen van een vervolgde man en/of vader.
Dit door de Stichting Joodse Arbeid opgerichte dorp was bedoeld om jongens en meisjes in de leeftijd van 18 tot 25 jaar via een tweejarige passende opleiding klaar te maken voor emigratie naar o.a. Palestina en andere landen. Niets nieuws, in Duitsland bestonden dergelijke opleidingscentra al. Er was ruimte voor 250 pupillen.
Na de Kristal nacht, 9 november 1938, groeide het aantal bewoners naar 300.
De nieuwelingen, vanaf 14 jaar, kwamen in hoofdzaak via de kindertransporten, waarbij Nederland de grenzen nog even opende om 2000 kinderen toe te laten. Voor hun ouders was geen plaats. Hoe erg moet het zijn om je kind alleen weg te sturen…
Ilse Heymann herinnert zich de ontvangst. ‘We waren natuurlijk helemaal in de war. Daar stond je als jong kind, net zestien, zonder ouders of familie. Wat ze ook deden om ons op te vangen, het kon niet genoeg zijn’.
Alfred Cohn vertelt: ‘Het was er gezellig. Het was niet altijd angst en ellende. We waren wel bezorgd, met name over mijn moeder, maar je went aan zorgen’.
Hans Heinz Lauffer vindt het belangrijkste van het Werkdorp de gevoelde bevrijding. ‘Ik was opeens een ander mens. Daar was iedereen joods en werd je gerespecteerd. Dat kan je je niet voorstellen als je niet zelf als minderheid onderdrukt bent geweest’.
Eenzaamheid, heimwee, na verloop van tijd geen contact meer met familie omdat die inmiddels is opgepakt en richting Polen of Wit Rusland is afgevoerd, wel contact met familie die al in Engeland of de VS zit en de angst ze zelf niet meer na te kunnen reizen, ook al had je een ticket voor de boot of een visum in je zak; die gevoelens zijn er allemaal geweest. En dan zijn er nog jongere broers of zusjes die in gastfamilies wachten op het onbekende.
Op 20 maart in 1941, komen begeleid door Klaus Barbie en Willy Lages zeven lege bussen aangereden uit Amsterdam en een paar uur later zijn dezelfde bussen vol weer vertrokken.
Een boerenzoon, Gert Blaauwboer, hier vlakbij wonend en werkend schreef in zijn memoires:
‘Het waren over het algemeen menschen van onze eigen leeftijd, en ik geloof dat het normaal was dat je met ze in aanraking kwam. Je hoorde hun geschiedenis, de meesten kwamen uit gezinnen van intellectuelen of zakenlieden. Ze waren over het algemeen met slechts hun hemd aan uit Duitschland weggekomen. Door de verhalen van deze jongens en meisjes, hun behandeling en vernedering, roken wij toen reeds de kwalijke adem van het Nazi regiem. Voorjaar 1941 werden ze weggehaald; ik stond bij mijn schuur toen de bussen voorbij reden. Een opgestoken hand was het afscheid. Het was voor hen de gang naar de gaskamer, voor mij was het mede met wat wij thuis ervaren hadden, beslissend voor de plaats waar ik wilde staan.’ Hij ging in het verzet.
Na een verzoek nog enkelen te laten blijven in verband met de komende oogst mochten de werkleiders Kemmeren en Slabbekoorn 60 jongeren uitkiezen. Een keuze waarvan een mens niet wil die ooit te moeten maken.
Vier maanden later is het dorp helemaal verlaten.
Zo’n 300 jonge mensen waren beroofd van een gedroomde toekomst. 57 van hen zijn al snel via een laaghartige list op 22 juni naar Mauthausen gestuurd, heel gauw Mordhausen genoemd. Al 10 dagen later kwam het eerste doodsbericht binnen. Het betrof Walter Blau. Hij werd 23.
Na enkele maanden is er niemand van hen meer in leven.
Shushu Simon een ex werkdorper en intussen belast met de leiding van een opleidingscentrum voor minderjarigen in Loosdrechtse Rading besefte dat er wat gebeuren moest wilde hij zijn pupillen redden. Hij ontmoette via, via Joop Westerweel en zo ontstond er een verzetsgroep met Joden en niet Joden. Meerdere werkdorpers, moedige en daadkrachtige twintigers, waren daarbij! Er werden onderduikplekken gezocht en hulp geboden aan hen die wilden ontsnappen naar Spanje. Ze hebben vele levens gered behalve meestal dat van henzelf.
Ook de ouders van Irene Sperber die de laatste twee stenen zal leggen waren daarbij. Ze kan trots op ze zijn. En omgekeerd! Door haar worden ze niet vergeten, maar nog vaak genoemd!

Irene Sperber legt de laatste twee steentjes van haar ouders.
Van de laatste lichting werkdorpers zijn uiteindelijk 197 niet meer teruggekomen. Hierbij rekenen wij ook hun vrouwen en kinderen mee.
Omgekomen. In Mauthausen,Auschwitz, Sobibor, Blechhammer, Flossenburg, Bergen Belzen, Ravensbrück en in kleinere kampen. Doodgeschoten en achtergelaten tijdens een dodenmars. Of de bevrijding nog mogen meemaken maar reeds te zwak zijn om nog weer op de been te kunnen komen.
Hun namen staan geschreven op een rol die in de hal van het gemeenschapshuis hangt. Deze is op 13 september 1981 tijdens een reünie van overlevende werkdorpers door mevrouw Lea Katznelson, weduwe van de eerste directeur, onthuld.
Bij het zoeken naar gegevens over deze namen hebben we vele bronnen gebruikt, archieven doorzocht en op weg geholpen door anderen o.a. Miriam Keesing en Miryam Daru en Rob Warnars, hij heeft de namenlijst aangereikt waar we samen mee verder gegaan zijn. Roel Wittink, hij heeft de website, www.werkdorpwieringermeer.nl. ontwikkeld.
Kijk eens op deze site is een onlosmakelijk onderdeel van het monument.
Hartverscheurende zaken zijn we bij onze zoektocht tegengekomen. De namen veranderden voor ons in jonge mensen van vlees en bloed.
Professor Wesseling, historicus, heeft eens gezegd dat de geschiedenis voor ons geen les in petto heeft.
Daar denkt Gert Laske een overlevende

Mevr Laske bij het monument. ieder jaar op 9 november, de Kristalnacht, tot haar overlijden kwam zij haar man eren. foto RHG
uit het werkdorp en bevrijd in Westerbork anders over. Hij zei op de reünie in 1981:
‘Fascisme is geen ding op zichzelf, het is een eigenschap. Alles wat is geweest, kan morgen weer realiteit zijn. En dat alleen maar omdat we niet in staat zijn om af te remmen als dat nodig is. Wìj hebben een les geleerd. Het verzet moet beginnen voor het te laat is.
In 1930 verruilde Albert Einstein Duitsland voor de VS. Hij zei:
‘De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen. Niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen”.
De dader is schuldig, maar hoe zit het met hen die hem niet afgeremd hebben?
Als toeschouwers, toeschouwers blijven, omdat zij geen les geleerd hebben zoals Gert Laske?
Hoe moeten zij die wel een les geleerd hebben eigenlijk verder? Alleen teruggekeerd en, zachtjes uitgedrukt, koel en met tegenzin ontvangen. Alles kwijt. Een zware levensreis in het vooruitzicht en ik denk raak omschreven door Elie Wiesel, een overlevende, maar niet uit het werkdorp, schrijver en Nobelprijswinnaar. Hij heeft Auschwitz en Buchenwald meegemaakt. Hij was 15. Hij verliest er dag één zijn 8-jarige lievelings zusje en zijn moeder. Vlak voor de bevrijding, na samen alles te hebben doorstaan, zijn vader.
Wij kunnen de ontruiming en wat daarna gebeurde niet ongedaan maken, maar op symbolische wijze deze jongens en meisjes vandaag terugbrengen naar het Werkdorp door hun namen te noemen.
Tekst uitgesproken bij onthulling namenmonument door Marieke Roos.
6 oktober 2021