Een schampschot, meer was het niet, de winter in de eerste januariweek van 2026. Het was een chaos op Schiphol. IJzel en sneeuwstormen teisterden de provincies Groningen en Drenthe maar gingen aan de Wieringermeer voorbij. In de winter van 1979 kregen ook wij de volle laag.
Ik herinner mij de verbaasde schoolconciërge aan de telefoon, ’s morgens vroeg op 15 februari 1979. In Alkmaar ging het openbaar leven zijn gangetje. De man kon zich niet voorstellen dat wij, leerlingen uit de Wieringermeer, niet naar school konden komen. Wat hij niet wist: een gigantische sneeuwstorm had in de nacht van 14 op 15 februari Noord Nederland veranderd in arctisch gebied. De sneeuwstorm raasde even later over heel Noord-Holland. Al het vervoer lag plat, ook onze streekbus. Voor mij geen wiskunde, Duits en biologie die dag.
Bij veel mensen staat de winter van 1979 in het geheugen gegrift. Weerman Hans de Jong, bekend van zijn weerpraatjes voor NCRV-radio, sprak op 12 februari over een ‘heftige strijd tussen koude en zachtere lucht’. In het Noorden ‘eerst nog een harde, in het Waddengebied mogelijk stormachtige oostenwind, later langzaam in kracht afnemend’.
Maar de oostenwind nam juist in kracht toe, het werd een storm, kracht 9 tot 10 Beaufort. De temperatuur daalde verder en verder. Op wegen die eerder die dag nog waren schoongeveegd verschenen sneeuwduinen en -bergen. Boerderijen raakten door muren van ‘Siberische sneeuwhoogte’ geïsoleerd. Pas ver in maart zou de winter wijken.
Een bioscoopjournaal over deze epische winter met een sneeuwstorm op 14-2-1979 laat het allemaal zien.

Een van de weg geraakte bus op de Medemblikkerweg, 15-2-1979. Collectie RAA / FO 3022234.
Anita Blijdorp
10 januari 2026
