Deze week is het 37 jaar geleden dat filmjournalist en tv-maker Simon van Collem overleed. U weet wel, die kleine kale man met dikke bril die in de jaren zeventig in zijn filmprogramma Simonskoop alle grote Hollywoodsterren voor de camera kreeg. 21 juni 1989 is zijn sterfdag.

Dat Van Collem zomer 1942 als landbouwkundig student onderdook bij A.C. de Graaf ontdekte ik pas in 2020. Dankzij zijn even hilarisch als onthutsend boek Eus ontdekt West-Friesland. Daarin doet Van Collem verslag hoe hij als Jood drie jaar onderduik overleeft. Eerst bij Adri de Graaf (alias ‘De Koning’) en daarna bij andere Westfriese tuinders, fruittelers en koeienboeren.

Pias Van Collem

Vanuit de kunstzinnige VPRO-filmwereld werd wel eens neerbuigend gekeken naar dat gekke mannetje met zijn steenkolenengels waarin hij zijn gasten interviewde. Van Collem als pias, een grappenmaker, zijn cinema-genre ‘slechts’ amusement, is een onterechte typering.

Galgenhumor

Grappen maken deed de 23-jarige en Joodse film-distributeur al in 1942 toen hij op 11 juli 1942 Amsterdam verliet met een vervalst persoonsbewijs en nieuwe naam Eugène René Winter (de naam van een vriend), kortweg Eus. Zijn boek is doorspekt met galgenhumor, sarcistische humor over de nazi’s, ironische beschouwingen over zichzelf en over zijn onderduikgevers.

Eus arriveerde op 18 augustus 1942 in de Wieringermeer, toen het verzet nog een zaak was van eenlingen en kleine groepjes. De Graaf instrueerde zijn jongste knecht over diens nieuwe identiteit.

‘Je bent een landbouwkundig student uit Wageningen en je leert bij mij de praktijk. Dat is heel normaal want er zijn talrijke volontairs in de Wieringermeer. Mansholt heeft er drie. Dat één ervan een Jood is, de andere een illegaal werker en een derde een seintoestel heeft weten zijn knechten ook niet.’ Om het nog echter te doen lijken regelt Adri de Graaf een kosthuis in Lambertschaag.

De Koning, ‘een groot landbouwer en patriot’

De Amsterdammer is onder de indruk van zijn werkgever die hij beschrijft als heer ‘de Koning, mijn nieuwe beschermheer, die gelijk een vorst heerst over 60 bunder vruchtbare klei, zeven Belgische werkpaarden en een koe, waarvan de melkopbrengst voor eigen gebruik is. Een groot landbouwer en groots patriot’, aldus Eus.

Eus leert van alles op de boerderij. Spinaziezaad schonen en tarwe dorsen, allebei stoffig en vuilmakend werk. Van een herfst lang suikerbieten oogsten gaat zijn rug krom staan. En meer. Zo ligt hij in november ‘op zijn knieën in de prut wanneer zo’n vervloekte biet niet los wou en ik het kreng met mijn handen uit de grond moest scheuren’.

Herfst 1942 kopen Medemblikkers en Horinezen bij Adri de Graaf tarwe voor 25 cent per pond. De familie Molenaar uit Hoorn die aan zeven Joden onderdak verleent krijgt 25 pond zonder betaling. Iedere werkdag begint steevast met een bespreking van de vorderingen aan het geallieerde front. Begin 1943 meent De Graaf dat ‘de verlossing nu niet meer lang op zich laat wachten’. Helaas, die rotoorlog zal nog twee jaar duren.

Pech voor Eus

Maakt Eus vorderingen als landbouwkundig student? Dat valt tegen. Op een dag, als hij een paard en wagen bestuurt en vanwege zijn dagdromen de bocht te krap neemt, rijdt hij een dampaal aan splinters. Pech voor Eus. ‘De Koning ziet het en komt net op tijd om te constateren dat het míín schuld is. Zijn godsdienstige overtuiging laat niet toe dat hij vloekt maar desondanks zegt hij zeer onaangename dingen’, meldt Eus. ‘Hij stelt me voor de zoveelste keer de vraag wat ik dan eigenlijk wél kan en waarom ik in alles zo’n stoetel ben.’

Bij het afscheid in maart 1943, Eus verkast naar een volgend adres, zijn de verhoudingen opperbest. ‘De Koning is hartelijk en hij bezweert me bij hoog en laag, het zal geen twee maanden meer duren.’

Eus ontdekt West-Friesland blijkt een waardevolle bron, een levendig verslag met prachtige details wat en hoe verzetsman en ras optimist Adri de Graaf dacht en deed in winter 1942-1943. Dank je wel Simon van Collem.

Anita Blijdorp, 24 juni 2026

Eus ontdekt West-Friesland. Amsterdam 1947.