Gerhard Johan Scholten en Helena Christina Kosse

Gerhard Johan Scholten werd geboren op 24 september 1897 in Gramsbergen en overleed op 16 februari 1983 in de Wieringermeer. Hij trouwde op 30 april 1926 in Ambt Hardenberg met Helena Christina Kosse, geboren op 2 oktober 1899 in Hardenberg en overleden op 14 april 1996 in de Wieringermeer.

Gerhard was de zoon van Hendrikus Scholten en Berendina Margaretha Plass. Helena was de dochter van Geert Hendrik Kosse en Catharina Maria Geertruida Disselborg. Bij hun huwelijk was Gerhard 28 jaar oud en werkzaam als landbouwer. Helena was 26 jaar en had geen beroep. Pionieren in een nieuw land werd in 1933 bijna gezien als emigreren. Het echtpaar kreeg de boerderij ‘De Eerste’ aan de Slootweg/Schelenbolweg aangeboden, maar Gerhard vond deze te groot. Het bedrijf omvatte hem te veel land. Daarom wachtten zij tot er een andere boerderij beschikbaar kwam.

Vanuit Slagharen verhuisden Gerhard en Helena met hun drie kinderen naar de kale Wieringermeerpolder. Om de dijk over te mogen, was eerst een vergunning nodig. Wie zich in de Wieringermeer wilde vestigen, moest vakbekwaam zijn. Ook naar de vrouw werd gekeken: zij moest zuinig, netjes en ordelijk zijn. In Slagharen kwam men zelfs thuis controleren of alles schoon en verzorgd was voordat het gezin mocht “emigreren” naar de nieuwe polder. In de Wieringermeer was volop werk. Er moest maar liefst 14.000 kilometer aan greppels worden gegraven, waarvan ongeveer tachtig procent met de hand. In de jaren dertig was de werkloosheid hoog en daarom waren er voldoende arbeidskrachten beschikbaar. Al snel werkten er ongeveer 2.000 arbeiders in de polder. De arbeiders werden in groepen verdeeld, elk onder leiding van een voorwerker. Gerhard werd zo’n voorwerker en fietste dagelijks vanuit Middenmeer naar zijn werk. Ook bij de aanleg van de riolering in Wieringerwerf was hij betrokken. Hij hield de administratie bij en zag erop toe dat het werk goed werd uitgevoerd. Dat was niet altijd eenvoudig. Soms ontstonden er ruzies over een kwartje loon en werd Gerhard erop afgestuurd om de zaak te sussen. De mannen stonden dan met de schop in de lucht tegenover hem. Dat waren spannende momenten. Ook wanneer drains niet recht in de greppels lagen en opnieuw geplaatst moesten worden, leidde dat soms tot onvrede. De ontginningsarbeiders werkten 55 uur per week en de landarbeiders zelfs 57,5 uur. Dat kwam doordat ook op zaterdagmiddag werd gewerkt, vaak tot vier uur. Het zware werk en het barre klimaat van de kale polder zorgden ervoor dat veel arbeiders ziek werden.

Arbeiders die ver van huis woonden, verbleven in barakken. Daar zorgde een kok-beheerder voor goede maaltijden. Arbeiders die dichter bij de polder woonden, keerden na een lange werkdag weer huiswaarts. In 1939 kreeg het gezin Scholten een boerderij toegewezen aan de Praamweg G46, akte nummer 283. Hier hebben zij jarenlang met plezier gewoond en gewerkt. Gerhard deed het werk op het land en Helena verzorgde de boekhouding. Gerhard zorgde voor de verkoop van de producten, terwijl Helena de financiën afhandelde. Wanneer er iemand aan de deur kwam om geld op te halen, moest Helena soms helemaal naar het achterste perceel lopen om Gerhard toestemming te vragen. Dat vond zij niet altijd prettig. Wel was ze blij toen zij haar AOW kreeg. Eindelijk had ze haar eigen inkomen.

Vijfentwintig jaar lang werkten zij op de boerderij. In drukke periodes hielp Helena volop mee. Zakken kunstmest van honderd kilo moesten worden verplaatst. Zolang de jongens nog te jong waren om te helpen, deden Gerhard en Helena dit samen. Naast haar werk op de boerderij zorgde Helena voor haar kinderen. Ook was zij actief binnen de rooms-katholieke kerk in Middenmeer. Samen met Stientje Meijerink hield zij het kerkgebouw schoon. De schoonmaakmiddelen namen zij van huis mee en de kinderen gingen mee naar de kerk, waar zij buiten konden spelen.

Terug