Doodsbeenderenboom                                                         C

Gymnocadus dioicus

Inheems is in de Amerikaanse Middenwesten en een strook daarbuiten, aan de zuid- en oostkant. De noordkant van zijn verspreidingsgebied raakt net aan de Grote Meren. Hij komt niet van nature in Nederland voor. Hij floreert alleen in draslanden met zoet water en men vermoedt dat hij dat water nodig heeft om zijn zaden na rotting te laten ontkiemen. Behoort tot de vlinderbloemenfamilie. Tot 10 meter hoog fraai vertakt. De zware, dikke stam is donkergrijs, ruw en diep gegroefd. Het blad is zeer groot, soms wel bijna 1 meter, echter meestal circa 70 cm, zowel in lengte als in breedte. Het is dubbel geveerd en de afzonderlijke blaadjes zijn eirond en circa 5 – 7 cm groot. Het blad loopt vaak pas in mei uit.

De vuil-bruine/grijzige twijgen zijn blauwig berijpt met de vale lijkkleur van skeletbeenderen. De bladeren zijn dubbel geveerd en voorzien van stelen met een knekelvormige voet. De bloemen zijn groenig-wit. een boom heeft of mannelijke of vrouwelijke bloemen. de mannelijke bloemen zitten in een kluwen (cluster) bijeen, bloemen vanuit één punt. de vrouwelijke bloemen zijn geurend en staan in pluimen met een lengte tot 30 cm.

Uit grote witte bloeipluimen groeien trossen met peulvruchten. De rijpe zaden uit deze peulen werden door plaatselijke indianenstammen gebruikt voor rituelen. Hierbij werden zaden geroosterd, vervolgens gemalen en als een soort koffie gedronken. Europese kolonisten namen dit gebruik over en in de VS wordt de boom dan ook wel ‘koffieboom’ genoemd. Smakelijk vonden de kolonisten deze ‘armenkoffie’ echter niet.