Grafsteen C\76
Engel Moerland werd geboren op 8 maart 1909 op Colijnsplaat, een dorp op Noord-Beveland (Zeeland). Hij was de oudste zoon van een gezin met zes kinderen. Hij kon goed leren maar geld voor een vervolgopleiding was er niet. Op 12-jarige leeftijd ging hij aan het werk, eerst als koewachter en daarna als knechtje bij een boer. In de winter volgden de jongens op school de 7e en 8ste klas.
Zuiderzeewerken en boerenknecht
Engel trok samen zijn jongere broer Ko circa 1933 naar de Wieringermeer. De lonen in het ontginningswerk waren hoger dan in Zeeland. Engel en Ko werden mogelijk ingedeeld bij bedrijfsboer E. Bruins, die gaf op zo’n 300ha zeebodem leiding aan een groep van 15 arbeiders. Zij moesten bijvoorbeeld riet planten (goed voor de ontzilting van de zoute bodem) en koolzaad inzaaien met paardenkracht. Vele ontginningswerkers waren in de kost bij ‘vrouw’ Verstrate in Slootdorp (Sluis 1); ‘een prima kosthuis’ werd dat genoemd.
Toen hun werk was afgelopen keerde Engel enige tijd terug naar Noord-Beveland. Hij ontmoette Elizabeth de Wild, ze trouwden op 17 september 1936 op Kats. Spoedig volgde een verhuizing naar de arbeiderswoning op Molenweg B67, Slootdorp. Engel werkte als eerste knecht bij pachter/boer E. Bruins (kavels B64-65). Op dit bedrijf werd het landbouwwerk toen nog enkel met behulp van paarden gedaan (de tractors kwamen pas later). Engel zijn taak was het om voor de paarden te zorgen, hij kon er prima mee overweg. Ook was hij verantwoordelijk voor het indelen van het werk van de andere arbeiders.
Mobilisatie en bezetting
Tijdens de algemene mobilisatie was Engel ingedeeld bij de cavalerie (alweer de paarden!) in Noordwijk. Ook Elizabeth en hun dochter Rietje (geboren in 1937 gingen mee. Ondanks de oorlogsdreiging had het gezin hier een mooie tijd, ze genoten voorjaar 1940 van de bloeiende bollenvelden. Op 10 mei 1940, start van de Duitse bezetting, heeft Engel Duitse parachutisten zien landen op het Noordzeestrand bij Noordwijk. Hij bleef ongedeerd. Na zijn demobilisatie keerden Engel en zijn gezin terug naar de Molenweg. Op 6 januari 1941 werd dochter Janny geboren. De oorlog kwam dichterbij toen ze een onderduiker in huis namen, een neef uit Kats die de ‘Arbeitseinsatz’ op die manier wist te ontlopen. Ook kwamen er in de laatste hongerwinter geregeld mensen aan de deur om voedsel.
Tijdelijk in Zeeland en weer terug in Middenmeer
Toen de polder onder water ging in april 1945 woonde het gezin, met inmiddels drie kinderen: Rietje, Janny en Herman, kort in de Groetpolder. Op Noord-Beveland werd de wederopbouw van de Wieringermeerpolder afgewacht. Engel had werk bij boeren en bij het versterken van de zeedijk. Voor de kinderen waren het paradijselijke jaren: nauwelijks auto’s, veel kinderen om mee te spelen, de Oosterschelde, zee en strand vlakbij.
Het gezin keerde in 1948 terug naar Middenmeer. Engel vond werk bij de coöperatieve Zaaizaadvereniging Wieringermeer (ZWM) en werd daar uiteindelijk chef van het pakhuis. In 1953 werd nog een jongen geboren: Jan. Helaas is Elizabeth al in 1974 overleden, ze werd 62 jaar. Na zijn pensioen reisde Engel twee keer naar Nieuw-Zeeland (naar dochter Riet en gezin) en bezocht hij dochter Janny in Italië.
Janny over haar vader op leeftijd: “Engel was erg zelfstandig, deed het huishoudelijk werk, kookte zelf, hield zijn groentetuin bij en genoot van de middagen die hij op de soos doorbracht, sjoelen, kaarten enz. Zijn rijbewijs werd op zijn 90ste zelfs nog verlengd, maar na zijn 93ste ging zijn gezondheid achteruit en hij overleed op 2 juli 2005 in Schagen toen hij 96 jaar was. Een lang, en ook bijzonder leven.”
Lees hier Levensverhaal-Engel-Moerland-1909-2005) (lange versie).
< Terug.
