Vandaag, 18 augustus 2026 is het precies 82 jaar geleden dat er op de boerderij van Adriaan Cornelis de Graaf en Lena Jannetje Reijm een huiszoeking plaatsvond. De brutale inval was niet de eerste keer dat burgemeester Saal de confrontatie zocht met zijn poldergenoot Adri de Graaf. De huiszoeking liep op het nippertje goed af, het was een angstige ervaring voor heel het gezin.

Acht Nederlandse landwachters doorzoeken aan de Koggenrandweg op 18 augustus het woonhuis en de boerderij van familie De Graaf. Volgens gemeentesecretaris Jan F. de Groot is de inval te wijten aan ‘ergerlijk optreden van NSB-burgemeester Saal’. Die had zich in een brief aan het hoofdkantoor van de Landwacht in Amsterdam beklaagd over zwarthandelaren in de polder. ‘Aris Saal zocht vergelding voor zijn tegenstrevers en liet het werk opknappen door de Landwacht’, aldus de Groot in de rechtszaak tegen Saal. ‘A.C. de Graaf, Jan Poot en J.P. Dieleman van de Koggenrandweg waren hiervan de dupe.’[1]

Boerderij van familie De Graaf-Reijm in 1944. Links de oprijlaan. Vooraan, peuter Irene (links) en Ada de Graaf bij de witte geit. Foto privéarchief familie De Graaf.

Betrapt

Dochter Corrie de Graaf, op dat moment 12 jaar, herinnerde zich dat ‘landwachters die dag huiszoeking deden waarbij een van de schuren werd doorzocht in het bijzijn van vader. Die zag dat een baal stro van zijn plaats was geraakt waardoor de ingang van een schuilplaats zichtbaar was. Vader meende “ik ben betrapt”.

Om de landwachters af te leiden stelde hij voor zijn vergunning voor de benzinevoorraad op te halen. Toen zij akkoord gingen heeft vader zich in een andere schuilplaats verstopt. De landwachters begrepen niet waar mijn vader zo snel naartoe was gegaan. Na enige tijd wachten zijn ze weggegaan. Onze moeder [Lena de Graaf-Reijm, AB] was die dag zeer gespannen.’[2]

’s Avonds reed buurman Jan Poot, met Adri in de kofferbak van zijn auto, het erf af. ‘Bij het uitrijden van het pad schoot plotseling een gewapende landwachter tevoorschijn. Poot gaf vol gas en reed pardoes op de verrader in, die nog net wist uit te wijken maar niet meer de kans had om te schieten. Aan de oude Zeedijk, tussen Lambertschaag en Aartswoud is Adri de Graaf uitgestapt en het Weerederveld ingelopen. Veehouder Braak reed hem naar een veiliger oord.’[3]

Rechts, bij de zwarte pijl, boerderij familie de Graaf, Koggenrandweg D96 (later huisnr. 10). Topotijdreis.nl, jaren veertig 20ste eeuw.

‘Brood met boter en een stukje spek’

De volgende dag keren de landwachters terug, dit keer in gezelschap van de burgemeester. ‘Saal doorzocht persoonlijk het hele huis’, verklaarde dienstbode Adriana de Kievit na de oorlog. Dit keer werd de geheime bergplaats wel gevonden. Er lag wat voedsel en een persoonsbewijs van een onderduiker. De Landwachters namen koper en graan in beslag. Saal gaf bij zijn vertrek dienstbode Kievit de opdracht om de Landwachters goed te eten te geven: ‘brood met ‘flink boter en een stukje spek.’ Ook kwamen er zes Duitse militairen langs, die onderzochten of er Joden op de boerderij verborgen waren. Zonder resultaat.[4]

Adri en Lena vrezen represailles tegen het hele gezin. Twee kinderen worden uit logeren gestuurd. Jaap (bijna 9 jaar) verblijft enige tijd in Alkmaar, bij Adri’s broer Jacob de Graaf jr. en zijn gezin. Dochter Ada (5 jaar oud) logeert in de Westzanerpolder bij Adri’s zus en zwager, Antonia en Arie Biesheuvel-de Graaf. Lena en haar dochters Corrie en peuter Irene blijven een aantal dagen weg van de boerderij maar keren terug wanneer de kust veilig lijkt.

Moeilijkste maanden van het verzet

Adri de Graaf gaat in de onderduik, dat wil zeggen hij vindt op de zolder van café De Roode Leeuw in Benningbroek een overnachtingsplek voor noodgevallen. Helemaal verdwijnen van zijn erf en uit de polder doet hij niet.

Herfst en winter 1944-1945 zijn de moeilijkste maanden voor het LO-verzet: toenemende Duitse terreur, organiseren van voedsel voor een groeiende groep onderduikers en burgers die honger lijden. Onder de vlag van de Binnenlandse Strijdkrachten geeft Adri de Graaf leiding aan een transportgroep die gedropte wapens vanuit West-Friesland naar de Wieringermeer brengt en vandaaruit verder stuurt. Adri de Graaf verplaatst zich veelal ‘s avonds en ’s nachts per fiets naar zijn afspraken.

LEES OOK Simon van Collem dook zomer 1942 onder op boerderij van A.C. de Graaf .

Noten

[1] Jan F. de Groot in Tg. 2.09.09 Archief CABR dossier Aris Saal inv.nr. 62592 (Nationaal Archief).

[2] Corrie Koolhaas-de Graaf in Tg. 2.19.332/342 Archief Stichting 1940-1945 inv.nr. 2859 (Nationaal Archief).

[3] Citaat uit naoorlogse notulen van de Hollandse Maatschappij van Landbouw, afdeling Hoogwoud-Spanbroek. Z.d. Privéarchief.

[4] Jan de Roos, ‘Aris Saal, een ‘foute’ burgemeester’ in: Kroniek Historisch Genootschap Wieringermeer, 2021/1, nr. 88.