Moerascipres                                                             C
Taxodium distichum

De moerascipres is een naaldboom die van nature voorkomt in het zuidoosten van Noord-Amerika. De bomen in dit park zijn volwassen, reiken tot 9 meter hoog. Let op de stam, die is knoestig en onderaan breed. De jonge scheuten zijn frisgroen van kleur, in de herfst oranjebruin. In de winter verliest de moerascipres zijn naalden. De moerascipres vormt, samen met enkele andere soorten, de uitzondering op de regel dat naaldbomen hun blad (naalden) niet jaarlijks verliezen. De bekendste uitzondering wordt gevormd door de lariksen (Larix). Moerascipressen kunnen tot 45 meter hoog worden. De stam gaat met flauwe slingers omhoog. De top van de kroon is puntig tot afgerond en de takken spreiden zich horizontaal uit. De mannelijke geslachtsorganen zijn katvormig, hangend en 10–30 cm lang. De mannelijke geslachtsorganen verschijnen laat in de herfst. Ze worden geel en laten hun stuifmeel vrij in april. De vrouwelijke geslachtsorganen zijn 2 mm lange kleine groene kegeltjes, die aan de voet van de trossen met mannelijke geslachtsorganen zitten. Moerascipressen kunnen ademwortels maken. Rondom de boom verschijnen holle houten stompen, die 1,5–2 m hoog kunnen worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze wortels de boom (die vaak met z’n voeten in het water staat) van lucht voorzien. In Nederlandse en Belgische parken zien we deze ‘knietjes’ meestal niet. Wel kan men vaak voelen dat de grond rond de boom zeer hard is: een stevige houten vloer van wortels. Het hout van de moerascipres is goed bestand tegen rotting. In Amerika wordt het o.a. gebruikt voor dakbedekking, dakgoten en doodskisten.