Haarlem, 22 augustus 2022
Door Jan de Roos
Een serie over collaboratie in de Wieringermeer tijdens de Tweede Wereldoorlog. Artikelen verschijnen op onregelmatige basis.
[ Overnemen van informatie is toegestaan MITS u aan bronvermelding doet. Vermeld: auteursnaam, -titel- van het artikel, gepubliceerd op www.wieringermeer.nl. Vermeld datum/tijd waarop u deze pagina heeft bezocht. ]
Nico Saal (1919-1944)
Nicolaas Saal was het jongste kind in het gezin van Pieter Saal en Grietje Otter uit Wieringerwaard. Net als zijn broers Aris en Jan Saal was ook Nico overtuigd nationaalsocialist. In 1943 meldde hij zich aan bij de Landstorm Nederland om mee te vechten aan de kant van de Duitsers. Een jaar later sneuvelde hij tijdens de strijd met de geallieerden in Noord-Brabant.[1]
Gesneuveld in het Brabantse Alphen[2]
Medio oktober 1944 kreeg Pieter Saal een brief van SS–Hauptscharführer Herbert Dopke. Hij schreef: ‘Ik moet u hierbij de treurige kennisgeving doen toekomen, dat uw geliefde zoon en onze goede en trouwe kameraad Nicolaas Saal op 4 oktober 1944 bij een tegenaanval in Kwalburg door een granaatvoltreffer den heldendood heeft gevonden. Uw zoon was een van de beste in onze kompanie en daardoor is zijn verlies voor ons bijzonder zwaar. Zijn ideaal, het Grootgermaansche Rijk, heeft hij tot de laatste ademtocht verdedigt [sic] en daarvoor ook zijn leven gegeven. (…) Uw zoon ligt op het kerkhof van Kwalburg begraven.
Bij de brief ontving vader Saal de schamele bezittingen die op het lichaam van zijn zoon waren gevonden. Nico was nog maar 25 jaar oud toen hij sneuvelde in Kwaalburg (niet Kwalburg, zoals de Duitser schreef), in de Noord-Brabantse gemeente Alphen. Pas vierenhalf jaar na zijn dood ontving de gemeente Wieringerwaard uit Berlijn het bericht over Nico’s dood en werd hij ingeschreven in het overlijdensregister.
Jongste in NSB-gezin
Nico Saal werd op 14 mei 1919 geboren als jongste in het gezin van Pieter Saal en Grietje Otter. Na de lagere school volgde Nico de Mulo, waarna hij op de boerderij van zijn ouders aan de Barsingerweg B11 in Wieringerwaard ging werken. Na een lange werkdag wachtte hem nog de handelsavondschool.
In de jaren dertig raakte het gezin Saal in de ban van de NSB. Jan en Aris werden al in 1933 lid van de beweging van Anton Mussert. Nico volgde in 1938, toen hij 18 jaar oud was. In hetzelfde jaar kwam hij onder de wapenen als motorrijder bij het regiment huzaren. Na zijn diensttijd ging hij voor ƒ 15 per week weer op de boerderij van zijn ouders aan de slag.
Al snel na de Duitse inval in mei 1940 organiseerde Nico Saal bijeenkomsten van de plaatselijke NSB. Hij was tevens actief in de WA, de paramilitaire tak van de beweging. In Wieringerwaard trad hij op als commandant (oppervaandrig) bij marsen. Hij had een abonnement op De Zwarte Soldaat, het blad van de WA.
Dreigement
In zijn woonplaats colporteerde Nico met Volk en Vaderland, het weekblad van de NSB. Zijn buurvrouw Marijanne Charlotte Blaauboer-Jansen noemde hem na de oorlog ‘een goedige jongen’, die in zwart uniform door het dorp liep maar zich niet agressief gedroeg. ‘Alhoewel Nico een fanatiek NSB’er was, was ik niet bang voor hem. Nico Saal wist dat mijn man een auto en landbouwtrekker had verborgen waarnaar de Duitschers hier op de boerderij hebben gezocht, doch Nico heeft dat nooit verraden’.
Een andere buurvrouw, Clazina Groneman, was wél bang voor Nico. Dat kwam omdat op haar boerderij neef Johan Groneman ondergedoken was. Hij wilde op die manier ontkomen aan de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Toen Nico een keer bij Clazina aan de deur kwam met Volk en Vaderland, weigerde ze het blad te kopen. Waarop Nico zei: ‘Ik begrijp dat jullie je best doen dat je neef Johan niet naar Duitschland moet, maar ik zal zorgen dat hij weggaat.’ Het bleef echter bij een dreigement.
Wachtmeester J. de Jong van de Rijkspolitie noemde Nico na de oorlog in een rapport een overtuigd NSB’er maar vond hem niet opdringerig. Nico voerde discussies met mensen, maar viel ze verder niet lastig, aldus de politieman. In zijn woonplaats stond Nico volgens hem in het algemeen dan ook gunstig bekend.
Boerenschool
In 1941 overleed Nico’s moeder, Grietje Saal-Otter. Niet lang daarna ging Nico naar de Boerenschool in het Friese Rijs (Gaasterland).Waarschijnlijk gebeurde dat op aandringen van zijn vader, die in 1941 ook tot de NSB was toegetreden. Het verblijf in Friesland heeft een belangrijke invloed uitgeoefend op de verdere geestelijke ontwikkeling van de jonge Nico Saal. Daarom iets meer over deze opleidingsschool.[3]
De Boerenschool werd in 1941 in gebruik genomen door de eerdergenoemde Nederlandse Landstand en was gevestigd in villa ‘Mooi Gaasterland’, tot dan toe een kindertehuis. De schooldirecteur, dr. Haring Tjittes Piebenga, was een uit Franeker afkomstige bioloog die in Utrecht had gestudeerd en in Berlijn als medewerker van de germanist, oudheidkundige en musicoloog Herman Felix Wirth onder de indruk was geraakt van de rassentheorieën van de nazi’s.
Piebenga zag in de Friezen het ideaaltype van de raszuivere Germaan. In de school liet hij een schilderij ophangen van de kunstenaar Bouke van der Sloot, dat naar zijn mening het ideaalbeeld van de Germaanse jongeling goed weergaf: ‘Het ovale hoofd, het langwerpige gezicht, forse kin en grote neus; niet breed in de schouders, slank en de kleur van de ogen is grijsblauw. Vooral de neus die lang is en de smalle neusgaten zijn erg sprekend voor een Fries.’
Op de boerenschool ging het er niet zozeer om de leerlingen het boerenvak bij te brengen. Hun geestelijke vorming stond voorop. De boerenjeugd moest in Rijs worden opgevoed tot goede staatsburgers ‘die zich weer bewust worden van hun Germaansche afstamming en hun eigen boerenaard’, aldus een artikel in De Landstand van 3 april 1942. Rassenleer en erfelijkheidstheorie speelden dan ook een belangrijke rol in het lesprogramma.
Er namen zo’n 20 tot 30 boerenzonen deel aan de cursussen, die slechts drie weken duurden. Het programma voorzag ook in gymnastiek-, muziek- en danslessen. Samen met vertegenwoordigers uit Duitsland werden op de school jaarlijks de zonnewende- en midwintervieringen gehouden, die bol stonden van de Germaanse rituelen.

Villa ‘Mooi Gaasterland’ in 1943. Foto J. de Boer. Collectie Stichting Histoarysk Wurkferbân Gaasterlân (HWG).
Bij Landstorm Nederland
Na zijn terugkeer uit Friesland ging Nico opnieuw bij zijn vader aan de slag. In het najaar van 1943 hield hij het in Wieringerwaard voor gezien. In september meldde hij zich voor dienstneming bij de Landstorm Nederland, de nieuwe naam voor de in maart 1943 door Rijkscommissaris dr. A. Seyss-Inquart opgerichte Landwacht Nederland. Vermoedelijk wilde Nico zijn nationaalsocialistische overtuiging omzetten in daden. Maar ook zucht naar avontuur, het meer van de wereld willen zien dan alleen zijn eigen dorp, kan een rol hebben gespeeld. Of zijn vader het met zijn aanmelding bij de Landstorm eens was, weten we niet. Het voordeel van dienstneming was in ieder geval dat je niet hoefde te vrezen voor tewerkstelling in Duitsland. Omdat de Landstorm Nederland, die 2400 vrijwilligers telde, een zogeheten territoriale eenheid was, werd je ook niet ingezet voor de strijd aan het Oostfront tegen de Russen.
Nico werd als Sturmmann nr. 986 ingedeeld bij het 1. SS-Grenadiersregiment van de Landstorm. Hij kreeg een opleiding in Roermond en Veenendaal, en werd daarna in België gestationeerd. Details daarover zijn niet bekend. We weten alleen dat hij in de eerste drie weken van 1944 vermeld werd in het Truppenkrankenbuch, maar wat hij toen mankeerde is niet duidelijk. Omdat Nico aan Duitse kant meevocht, kreeg zijn vader per maand een uitkering van ƒ 45 van de Fürsorgeoffizier van de Waffen-SS.
Nico zou Wieringerwaard nooit meer terugzien, want al na een jaar ging het gruwelijk mis. Bij de strijd in Brabant tegen de oprukkende geallieerden, vooral Poolse militairen, sneuvelde hij begin oktober 1944.
Begraven in Ysselsteyn
Vier jaar na zijn dood boog het kantongerecht in Alkmaar zich over de zaak-Nico Saal. Normaal gesproken zou het Tribunaal in Alkmaar over hem een oordeel hebben geveld, zelfs nu hij was overleden, maar dat Tribunaal was inmiddels opgeheven.
De overledene werd op de zitting van het kantongerecht vertegenwoordigd door advocaat mr. H. Jonker uit Anna Paulowna. Nico’s lidmaatschap van de NSB, de WA en de Landjeugd (de jongerenafdeling van de ‘foute’ Nederlandse Landstand) werden bewezen verklaard. Merkwaardig genoeg kwam zijn dienstneming bij de Landstorm Nederland helemaal niet ter sprake. Vastgesteld werd dat Nico zich tijdens de bezetting had gedragen in strijd met de belangen van het Nederlandse volk. Omdat hij ongehuwd was en geen noemenswaardige bezittingen had nagelaten waarop alsnog beslag kon worden gelegd, bleven verder maatregelen uit en werd de zaak gesloten.
In 1950 werd het stoffelijk overschot van Nico Saal bijgezet op het Duitse soldatenkerkhof in het Limburgse Ysselsteyn, waar zo’n 32.000 gesneuvelde soldaten zijn begraven. Nico’s graf is voorzien van een eenvoudig natuurstenen kruis. Zijn naam is verkeerd gespeld: Nicolas i.p.v. Nicolaas. Behalve zijn geboorte- en overlijdensdatum en het grafnummer staat er ook ‘Strm’ op, een afkorting van zijn militaire rang Sturmmann.
Bronnen
[1] Dit artikel is opgenomen in het boek van Anita Blijdorp en Jan de Roos, Kolhorn 1940-1945. Bezetting, collaboratie en verzet in 19 portretten. (Kolhorn/Wormerveer 2023).
[2] een belangrijke bron voor dit artikel is het dossier over Nicolaas Saal in de collectie Centraal Archief Bijzondere Rechtspraak (CABR) bij het Nationaal Archief.
[3] De alinea over de Boerenschool in Rijs is gebaseerd op het online artikel https://www.gaasterlandinwo2.nl/de-boerenschool-in-rijs/
