Na de fusie tussen vier gemeenten tot een gemeente Hollands Kroon kwam er in 2012 en na 70 jaar een einde aan de zelfstandige gemeente Wieringermeer. Het gemeentehuis in Wieringerwerf, een markant gebouw aan het G.G. Loggersplein heeft een bestemming gekregen als multifunctioneel centrum, de Cultuurschuur. Maar hoe is gemeente Wieringermeer ontstaan?
Na de droogmaking in 1930 was het niet vanzelfsprekend dat de Wieringermeer direct een zelfstandige gemeente werd. In het begin was er helemaal niets. Omdat de Zuiderzee tot geen enkele provincie behoorde bezat ook geen enkel gemeentelijk of provinciaal bestuur enige zeggenschap over dit gebied. Het Rijk, de opdrachtgever van de inpoldering, wilde eerst minstens 10 jaar bouwen aan een gemeenschap van voldoende mensen die elkaar ook kenden alvorens over te gaan tot een gekozen gemeenteraad. Die gemeente kwam er in 1941, een gekozen gemeenteraad pas in 1946.
Gemeentelijke taken verdeeld
Aan de nog droog te leggen polder werden enkele gemeentelijke taken alvast toebedeeld aan vijf omringende gemeenten. Langs de westelijke rand kregen Anna Paulowna, Barsingerhorn en Winkel elk een strookje toebedeeld waarop zij verantwoordelijk waren voor bijvoorbeeld de bevolkingsadministratie. Van het resterende gedeelte ging 2/3 naar Medemblik en 1/3 naar Wieringen. Het aantal inwoners in de Wieringermeerpolder was nog te klein en de overheid had nog veel taken uit te voeren. De “Directie van de Wieringermeer”, onder leiding van landbouwkundige Dr. Ir. S. Smeding had veel bevoegdheden over het in cultuur brengen van de bodem, de opbouw van de dorpen, de uitgifte van grond (na een paar jaar) aan landbouwers, pachters voor eigen rekening.
Bij de bouw van de dorpen werd vooral gelet op de ligging ten opzichte van kanalen, aan te leggen wegen en de bodemgesteldheid. Er werd geen rekening gehouden met de tijdelijk ingestelde gemeentegrenzen. De grens tussen het werkingsgebied van Wieringen en Medemblik liep in Wieringerwerf bijvoorbeeld dwars door de Nederlands hervormde kerk vlak voor de kansel langs. Zo kon het gebeuren dat de dominee vanuit Wieringen zijn toehoorders in Medemblik toesprak. De middenstanders in het Wieringer gedeelte hadden het moeilijk omdat zij voor elke ventdag buiten Wierings gebied opnieuw bij gemeente Medemblik een ventvergunning moesten aanvragen om in bepaalde straten hun handel aan de man te brengen. De gemeentelijke verordeningen verschilden in de vijf gemeenten ook nogal. De bewoners van de Wieringermeer hadden nauwelijks invloed op het te voeren beleid.
Openbaar Lichaam de Wieringermeer
Op 1 januari 1938 werd aan deze toch wat lastige situatie een einde gemaakt en werd het Openbaar Lichaam “de Wieringermeer” ingesteld. Het dagelijks bestuur bestond uit Ir. S. Smeding, voorzitter, en de heren P.C.J. Peters, burgemeester van Medemblik (vice-voorzitter) en A.C. de Graaf, pionier en landbouwer uit Middenmeer (wethouder). Gemakshalve mochten de titels Gemeente, Gemeenteraad, Burgemeester en Wethouders al gebruikt worden. Ook in officiële stukken zoals een geboorteakte mocht de naam Wieringermeer gebruikt worden. Je was dan niet geboren in de Gemeente, maar in het Openbaar Lichaam. Ook dat was nogal verwarrend.
Intussen hielden het Rijk, het lokaal bestuur én de bevolking zich wel bezig met de totstandkoming van een gemeente met een gekozen raad. Het kon de bevolking niet snel genoeg gaan, het Rijk bij monde van dr. ir. Sikke Smeding vond echter dat de bevolking in 1938 nog niet stabiel genoeg was. Er werd door grondwerkers, ingenieurs en personeel van Directie Wieringermeer nogal wat verhuisd naar de Noordoostpolder. Ook waren nog niet alle pachtgronden uitgegeven aan nieuw te arriveren landbouwers.
In 1941 was het zover, de taken op gebied van grond- en waterbeheer werden van de Directie Wieringermeer overgeheveld naar het Rentambt der Domeinen respectievelijk naar het Heemraadschap. Eindelijk, op 1 juli 1941, werd de Wieringermeer een zelfstandige gemeente. Van een echte gemeenteraad en verkiezingen kwam het niet. Nederland was bezet, de Duitsers hadden in 1941 alle politieke partijen verboden. Bestuurd werd er wel, door de eerste burgemeester Gerrit G. Loggers (benoemd op 6 augustus 1941) en twee wethouders, A.C. de Graaf en Adri W. van Oers. Er kwam een raadhuis aan de Raadhuisstraat in Wieringerwerf.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog telde de polder ongeveer zesduizend inwoners. In 1946 waren in Nederland weer gemeenteraadsverkiezingen, voor de Wieringermeer een primeur.

Eerste raadhuis in Wieringerwerf. Dit gebouw werd in 1946, na de tweede drooglegging niet meer herbouwd.
