Tekst uitgesproken door Marieke Roos bij de Dodenherdenking te Wieringerwerf op 4 mei 2026.

Max de Vries

In april 2026 is zijn naam toegevoegd aan het oorlogsmonument 1940-1945 in Wieringerwerf omdat hij als vluchteling enkele jaren inwoner is geweest van Middenmeer en door oorlogsgeweld om het leven is gekomen. Bij gemeente Wieringermeer en het comité dat in 1946 de namen voor dit monument heeft voorgedragen ontbrak op dat moment de kennis over zijn lot.

Als jood moest hij 1942 de polder verlaten, maar na de oorlog komt Max niet terug. De gemeente doet navraag bij o.a. kamp Westerbork en een Joodse commissie in Amsterdam. Maar geen uitsluitsel. Pas in 1949 doet het ministerie van Justitie aangifte van zijn dood. Op 20 december 1951 wordt hij bijgeschreven in het overlijdensregister in de Wieringermeer, 5 jaar nadat het oorlogsmonument is onthuld. Nu, 80 jaar later, krijgt hij eindelijk het plekje waar hij recht op heeft.

Jonge joodse vluchteling

Maar wie was hij eigenlijk? Max is op 27 maart 1918 geboren in Drove, in de Eifel (Duitsland), net als zijn moeder, Helena Daniël. Zijn vader komt uit Winschoten. Het echtpaar vestigt zich daar en in 1908 wordt dochter Dina geboren. Dan gaan ze met z’n drieën naar Drove en komt er nog een tweeling, Max en Ernst.
Drove een dorpje, oostelijk van Aken, met zo’n 500 inwoners werd Judendorf genoemd: 1 op de 10 mensen is er Joods. Volgens het boek “Juden in Drove” van de bekende schrijver Heinrich Böll waren ze helemaal geïntegreerd. Ze spraken geen Jiddish maar Platt en hoorden erbij. Hitler dacht daar anders over en dat zouden ze weten!

Wanneer zijn vader in 1935 overlijdt zijn Ernst en Max 17 jaar, en toekomstperspectieven voor een Jood in Duitsland zijn er eigenlijk niet meer. Beide kiezen voor emigratie. Max komt in de zomer van 1937 als 19-jarige aan in Slootdorp en Ernst gaat in 1938 naar Amerika. Hun 10 jaar oudere zus Dina blijft bij moeder achter. Ze zullen elkaar nooit meer zien.

Joods Werkdorp Nieuwesluis

In het Joods Werkdorp worden jongens en meisjes tussen 18 en 25 jaar voorbereid op een emigratie naar, hoofdzakelijk, Palestina. Of hij echt wil emigreren is niet duidelijk. Hij vraagt en krijgt in september 1939 een Nederlands paspoort, met een Nederlandse vader is dat geen probleem. Al gauw daarna wordt hij opgeroepen voor de dienstplicht. Maar zijn lichting hoeft niet op te komen en hij blijft in het Werkdorp tot de ontruiming op 20 maart 1941.

Hij moet weg, maar wil niet naar Amsterdam. Terug naar zijn moeder en zuster is geen optie. Joden mogen Duitsland niet meer in. Hij zwerft twee dagen rond en vindt dan onderdak bij Gerrit en Marie Kesselaar op Brugstraat 18 en schrijft zich in als inwoner van Wieringermeer. Op zijn persoonskaart staat als beroep: huisschilder.

Diezelfde tijd woont er op Poststraat 5 nog een Joodse jongen, Henri van Oosten. Ze zijn van dezelfde leeftijd en hebben elkaar vast ontmoet. Ook Henri van Oosten staat op dit monument, sinds voorjaar 2022. Nauwelijks een jaar later, de plannen liggen in 1942 al klaar, nemen de Duitsers voorbereidingen om alle Joden te deporteren. Allereerst wordt het dragen van een gele ster verplicht, zodat ze van verre herkenbaar zijn.

Weg uit de polder

Daarna moeten alle Joden in Noord Holland naar het getto in Amsterdam. Een ‘foute’ agent in Middenmeer, Johannes Noot klopt in de zomer aan bij de familie Kesselaar en sommeert Max te vertrekken. Hij heeft geen keus, maar laat zich niet inschrijven in Amsterdam. Hij gaat wonen bij een tante en oom. Het zal er niet vrolijk zijn. Tante Brunette is een zuster van zijn moeder. In datzelfde voorjaar zijn alle Joden uit Drove weggehaald en er komt maar geen bericht van hun. En dat zal er ook nooit meer komen.

De situatie voor de meeste Joden is slecht omdat er geen werk en geen inkomen meer is. De Kesselaars sturen voedselpaketten naar Amsterdam om de familie te helpen. Een paar maanden later, op 1 augustus 1942, wordt Max aangehouden. Omdat hij niet ingeschreven staat is hij illegaal, en dat is strafbaar.

Gedeporteerd

Zes weken later wordt hij vanuit de gevangenis naar de strafbarak in Westerbork gestuurd. Een dag later zit hij in de trein naar Auschwitz. Voor de meesten betekent dat na drie dagen reizen de dood, maar 80 km. voor het eindpunt stopt de trein in Kosel. Daar worden alle mannen tussen de 15 en 55 met trappen en slaan eruit gehaald om naar een werkkamp te gaan. Seibersdorf. Max ook. Naar wat later blijkt een verschrikkelijk kamp met als doel de mensen zich dood te laten werken. 12 uur of meer zwaar werk aan de nieuwe en nu nog bestaande vierbaansweg tussen Breslau Wrozlaw en Gleiwitz, Gliwice, en structureel te weinig eten en te veel slaag. Dat houdt ook Max niet vol. Na een half jaar, rond zijn 25e verjaardag, bezwijkt hij.

Bij de Dodenherdenking van 4 mei 2026 voorgedragen door Marieke Roos van het 4-mei comité Wieringermeer.

Bronnen
Heinricht Böll, Juden in Drove
en
Anita Blijdorp, onderzoek naar het wedervaren van Max de Vries. In september 2025 deed zij bij gemeente Hollands Kroon een verzoek voor toevoegen van zijn naam aan het oorlogsmonument.
Roel Wittink vermeldde de naam van Max de Vries in 2020 op werkdorpwieringermeer.nl.

terug