Zijn naam staat op het oorlogsmonument in Wieringerwerf: Catrinus Douma. Tijdens WO2  is hij een van de leidende figuren van het georganiseerde verzet in de Wieringermeer. Het illegale werk wordt hem fataal. Op 31 januari 1945 wordt Catrinus in Middenmeer op de graanbeurs gearresteerd en naar Amsterdam overgebracht. Negen dagen later, op 9 februari, wordt hij in Zaandam, met nog negen andere gevangenen, als represaillemaatregel gefusilleerd. Hij werd 27 jaar.

Maart 2023 verscheen een boek, lees meer: Catrinus Douma, sleutelfiguur in het verzet Wieringermeer 1940 – 1945.

Lees hier het oorspronkelijke artikel, verschenen in Kroniek nr. 50, 16e jaargang, 2008/2

Door Pier Montsma. In 2022 aangevuld door Anita Blijdorp.

Op 6 juni 1917 wordt in het gehucht Dijkshorne onder Ee in Friesland een vierde zoon geboren in het gezin van Jan Douma, dijkwerker en “lyts boer” (keuterboer) en Elisabeth de Roos; ze noemen hem Catrinus. Na de lagere school gaat hij naar de ULO in Dokkum, doet naderhand ook nog een cursus Landbouwkundig Bedrijfsleider. Hij werkt bij een handelshuis uit Groningen als vertegenwoordiger. Als zodanig is hij werkzaam in de graanhandel, handelt in zaaizaden, pootgoed en bestrijdingsmiddelen.

Ondertussen heeft hij Emmy Vellinga van Schiermonnikoog leren kennen. In mei 1937 vestigt hij zich in Slootdorp als commissionair bij Koolhaas Zaadhandel. Hij is in de kost bij de familie Van der Beek aan de Koningin Emmaweg 3. Ook Emmy, zijn meisje komt naar de Wieringermeer en is in dienst bij de familie Jacobi aan de Wierweg.  Ze verloven zich op 31 juli 1943.

31 juli 1943, verlovingsfoto Emmy Vellinga en Catrinus Douma

Verlovingsfoto Emmy Vellinga en Catrinus Douma, 31 juli 1943

Als de oorlog begint raakt Catrinus Douma al snel betrokken bij het verzet. Hij sluit zich aan bij de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (L.O.). Hij is oprichter van de Trouw-groep (illegale pers) alsmede van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in de Wieringermeer. Ook houdt hij zich bezig met de steun aan (stakende) spoorwegarbeiders.

Catrinus Douma, legitimatiebewijs L.O., 1943.

In mei 1945 is postuum het legitimatiebewijs van de L.O. uitgereikt aan de nabestaanden.

Trouw groep

De Trouw-groep in de Wieringermeer gaf een nieuwsbulletin uit dat aan 1 op elke 5 huisnummers werd verstrekt ter doorgave aan de vier andere adressen. In het begin (eind 1944) verscheen dit bulletin 3x per week, later bijna dagelijks. Het nieuws werd verkregen door ’s avonds naar de BBC (Radio Oranje) te luisteren in het huis van loondorser Zuidema te Slootdorp, die i.v.m. zijn werk als een der weinigen nog elektriciteit had.

Het nieuws werd door Marinus Meeuwsen op een stencil getypt en de volgende ochtend vroeg op het kantoor van Ridder in Middenmeer vermenigvuldigd. Dat werk deden de heer R. J. Ridder en Bep Lindenbergh. De bezorgers, meestal onderduikers die niet bekend waren in de omgeving, ontvingen de bulletins in enveloppen. Aan de hand van uit het hoofd geleerde adressen  werd het nieuws dan verspreid. Wonderbaarlijk genoeg is deze procedure altijd goed gegaan.

Voedseltransporten tijdens de hongerwinter

Catrinus Douma wordt in 1943 een van de rayonleiders van de L.O. in de kop van Noord-Holland. Op zijn lidmaatschapskaart staat: disctrict Heerhugowaard. Onder dit district vielen Anna Paulowna, Den Helder, Kolhorn, Wieringen, Wieringerwaard en noordoostelijk Wieringermeer, Oude en Nieuwe Niedorp, St. Pancras, Broek op Langedijk, Noord- en Zuid-Scharwoude, Oudkarspel, Spanbroek en Tuitjenhorn.

Wat betreft de Wieringermeer: Douma vergadert regelmatig met andere rayonleiders, vaak in de consistorie van de gereformeerde kerk te Slootdorp. Regelmatig aanwezig op deze vergaderingen waren A.C.de Graaf, Sicco Mansholt, Gerrit Blaauboer, J.W.J. (‘meester’) Aalders en vele anderen van buiten de Wieringermeer. Als vertegenwoordiger van granen lag het voor de hand dat Catrinus zich bezighield met de voedselvoorziening. Hij zorgde voor de aankoop en levering van graan, peulvruchten en aardappelen aan het verzet in plaatsen als Zaandam, Alkmaar, Hilversum (’t Gooi) en Amsterdam.

Met name in de hongerwinter van 1944-1945 werden veel voedseltransporten, veelal met vervalste Duitse papieren, uitgevoerd. Controleurs van de Controledienst voor de Voedselvoorziening moesten in de oorlog de voorraden in de polder bijhouden en tellingen verrichten. Granen, peulvruchten, kippen, vee, alles werd geteld. Maar wat, veelal met opzet, niet geteld werd, of zogenaamd gestolen was, werd op- en doorgegeven aan Catrinus Douma. En deze regelde er een heel andere bestemming voor.

Door zijn contacten met de L.O. van Hilversum moet de Sicherheitsdienst (S.D.) op het spoor van Douma gekomen zijn. Bij een arrestatie in Hilversum op 23 januari 1945 werd onder andere G.J. van Wetering gearresteerd. Deze Van Wetering haalde regelmatig voedsel uit de Wieringermeer en gebruikte vervalste papieren; het stempel daarvoor werd bij Van Wetering thuis gevonden. 

Gevangengezet in Amsterdam

Hoe het ook zij, het kan bijna geen toeval zijn geweest dat op 31 januari 1945 vier personen in burger bij het kostadres van Catrinus Douma in Slootdorp arriveerden en naar hem vroegen.

…..”De kostvrouw antw. neen, maar is te Middenmeer in de Beurs. Er kwamen zooveel naar hem vragen, dat ze niet vermoedde dat het S.D. was. Vanuit de beurs haalden die heeren hem, namen hem in hun auto mee naar ’t kosthuis, moest bewaakt in de auto blijven totdat ze zijn heele bezitting, in de sprei van ’t ledikant ook in de auto hadden. Onze zoon is toen in Weteringschans gevangen gezet. Vandaar gaf hij aan een medegevangene (welke los gelaten was) de groeten mee naar z’n verloofde. De dominé van Slootdorp en meer kennissen wilden hem graag bevrijden, lieten de gevangenneming aan onze andre zoon, te Hilversum weten. Diens vrouw is 2 keer naar Amsterdam geweest om iets van de gevangene te vernemen, doch zonder resultaat. De laatste keer vernam zij uit de bron van prof. Watering (red.: prof. dr. J. Waterink) dat hij helaas te Zaandam gefucileerd was, met nog 9 personen uit Weteringschans, omdat een duitser gedood was, meende prof. W., op 9 Febr.1945. Zoo luidt ook de overlijdensacte, door een andre zoon, na de bevrijding, uit het gemeentehuis daar, vandaan gehaald…  

Aldus geciteerd uit een brief van 1 september 1950 geschreven door de moeder van Catrinus, gericht aan de Commissie Gedenkboek Stichting LO – LKP.


Ooggetuige van arrestatie in de Beurs van Middenmeer

Marinus Meeuwsen, toentertijd werkzaam op het kantoor van Ridder, was getuige van de gebeurtenis in de Beurs:

“Het laatste wat ik van Catrinus zag, was dat hij van de beurs vertrok voordat die afgelopen was. Maar je kon verwachten dat Catrinus veel personen ontving die ik niet kende. Zo ging dat in de handel. Bij zijn arrestatie had ik niet in de gaten, dat het om een vijandelijke arrestatie ging. Ik zou nòg het plekje kunnen aanwijzen waarop ik mij bevond toen Catrinus werd weggeleid uit de beurszaal tussen twee mannen in …”

Bij terugkomst op zijn kostadres in Slootdorp moest Catrinus Douma mee naar binnen om zijn persoonlijke bezittingen te verzamelen. Daar is toen ook een vals stempel gevonden van de ‘Kriegsmarine’, dit stempel had hij juist een dag ervoor uit Den Helder ontvangen. Na zijn wegvoering waarschuwde zijn verloofde de familie Jacobi, omdat daar joodse onderduikers verborgen zaten. Zelf nam ze het zekere voor het onzekere en vertrok over de Afsluitdijk naar een oom in Dokkum. De verspreiding van illegale nieuwsberichten in de polder werd overgenomen door W. ten Kate.

Plaquette aan de Prins Hendrikkade in Zaanstad voor de tien gefusilleerden op 9 februari 1945

Plaquette aan de Prins Hendrikkade in Zaanstad voor de tien gefusilleerden op 9 februari 1945

Gefusilleerd in Zaandam

Een beschrijving van de fatale dag, 9 februari, en wat aan de moord op tien verzetsmensen vooraf ging, staat in het gedenkboek ‘Sta een ogenblik stil… in Zaanstad’.

“Aan de Prins Hendrikkade / hoek Burcht te Zaandam hangt aan de gevel van een huis een gedenksteen. De mensen die op de gedenksteen worden genoemd, zijn daar op vrijdag 9 februari 1945 om kwart voor tien doodgeschoten. Met z’n tienen op een rijtje, de rug naar het water en dan het salvo uit de wapens van de soldaten. Waarom is niet bekend. Misschien had het iets te maken met wat eerder die week in Zaandam gebeurde. Twee keer was bij het oude stadhuis een verrader neergeschoten door verzetsmensen. Een bakkerszoon en een politieman die niet alleen ‘fout’ waren, maar ook verrader. Er waren natuurlijk meer mensen die aan de kant van de Duitsers stonden, NSB’ers bijvoorbeeld. Die werden niet zò maar uit de weg geruimd. Verraders waren een graadje erger, zij hielpen de Duitsers met het opsporen van mensen die aan verzetswerk deden. Verraders waren daarom levensgevaarlijk”.

Een begrafenisondernemer, sympathisant van de NSB, moest de gefusilleerden in een massagraf bedelven. In mei 1945 wordt op zijn aanwijzing het graf geopend, in aanwezigheid van twee broers van Catrinus en twee doktoren. Enkele stukjes kleding, tezamen met de overlijdensakte, worden meegenomen naar Friesland om aan de ouders te tonen. Op de plek van de fusillade, aan de Prins Hendrikkade in Zaandam, is later een plaquette met de tien namen opgehangen.

Eerebegraafplaats Bloemendaal

In de zomer van 1945 wordt duidelijk dat in het duingebied bij Overveen in 45 verschillende grafkuilen de stoffelijke resten begraven liggen van 422 gefusilleerden: 421 mannen en 1 vrouw. De vrouw is Hannie Schaft, vermoord op 17 april 1945.

Veel nabestaanden willen dat verzetsmensen een gezamenlijke rustplaats krijgen. Zo ontstaat het idee voor de Eerebegraafplaats Bloemendaal. Met de herbegrafenis van Hannie Schaft, wordt dit Nationaal Monument op 27 november 1945 officieel opengesteld. Op 31 oktober 1953 wordt de Eerebegraafplaats als ‘gesloten’ beschouwd, er komen geen nieuwe graven meer bij. In totaal telt de Eerebegraafplaats 373 graven.

In de buurt van de begraafplaats zijn op acht plaatsen in de duinen, waar stoffelijke resten zijn gevonden, rood granieten gedenkstenen geplaatst. In 2005 werd het boek “De Eerebegraafplaats te Bloemendaal” gepubliceerd, samengesteld door Peter Heere en Arnold Vernooij. Dit boek telt 1.131 pagina’s. Hier zijn veel feiten over verzetsmensen en de wijze waarop ze zijn omgekomen tot in detail weergegeven. Het boek is opgedragen aan de verzetsmensen en hun nabestaanden.

Gedenksteen voor Catrinus Douma op de Eerebegraafplaats Bloemendaal. Vindplaats: grafkuil A, gedenksteen 1.

Gedenksteen voor Catrinus Douma op de Eerebegraafplaats Bloemendaal.

Ook Catrinus Douma, die gewoond en geleefd heeft in de Wieringermeer, ligt hier begraven. Douma was iemand die zijn leven op het spel zette om “medeburgers voor hongerdood te bewaren”, volgens zijn moeder. Iemand die “alles uit beginsel deed”, verklaarde loondorser Zuidema. En die “als overtuigd christen zich verplicht voelde door dit werk te doen, God en zijn vaderland te dienen”, aldus zijn broer P. Douma.

1946, Koningin Wilhelmina condoleert familielid P. Douma met de dood van zijn broer Catrinus Douma

1946. Condoleance aan broer P. Douma van Koningin Wilhelmina.

* Vanaf het jaar 2000 heeft Marinus Meeuwsen bij gemeente Wieringermeer aangedrongen op vernoeming van deze vergeten verzetsstrijder met een straatnaam. Ter herinnering en als eerbetoon aan Catrinus Douma. Bij zijn dood in 2011 was deze wens van M. Meeuwsen (1924 – 2011) nog niet vervuld. Op 6 juni 2020 is in Slootdorp het Catrinus Doumaplein onthuld door zijn broer Cees Meeuwsen (geb. 1929) en in bijzijn van vele familieleden van verzetsmensen uit de Wieringermeer.

Bronnen:

– Gegevenslijsten Commissie Gedenkboek van de Stichting herinnering LO-LKP  (open link voor het boek Het Grote gebod)
– Opgave voor de ‘eerelijst der namen van hen, die voor het vaderland zijn gevallen’.
– Lydia Enny Winkel en Hans de Vries, De ondergrondse pers (geheel herziene versie 2014), NIOD-KNAW.
– Jan van Baar, red., Verzet in West-Friesland. De illegaliteit in westelijk West-Friesland en in de Wieringermeer in de jaren 1940-’45. 1990, Uitgeverij Pirola Schoorl.
– Gegevens  via de Eerebegraafplaats Bloemendaal en Gemeentearchief Zaanstad
– Mondelinge informatie en met dank aan (in 2008): Marinus Meeuwsen, Klaas Greijdanus, mevr. C. Smink – Douma, familie Bosma – Vellinga, Leen Versluis

Noot:
Mevrouw Van der Beek was de oudste dochter van de familie Branderhorst. Beide families, Branderhorst en Van der Beek, zijn naar de U.S.A. geëmigreerd.)

Lees ook:  Verzetsheld Catrinus Douma verdient naam in eigen dorp.