Wieringermeer, 6 juni 2024

Door Anita Blijdorp   

In een terugblik op WOII schrijft Gerhard Huizinga (Ten Boer, 12 november 1920) tot in detail over zijn verzetswerk in de Wieringermeer. Zijn aandeel in de illegaliteit was groter dan ik in mijn boek Catrinus Douma. sleutelfiguur in het verzet Wieringermeer (2023, pagina 62) beschrijf. Zijn persoonlijk verslag uit 1971 is kraakhelder, enkele tijdgenoten voegen veelzeggende details toe. Daarom laat ik Huizinga en anderen graag zelf aan het woord.

Jopie en Gerhard Huizinga-Noordhof, ca 1990.

Chauffeur bij Gebr. van Wieren

“In augustus 1939 kwam ik naar de Wieringermeer, in dienst als chauffeur bij Gebr. van Wieren, transportbedrijf te Middenmeer. Naast de normale werkzaamheden werden wij in de nazomer van 1939 ingezet bij de Nederlandse Defensiewerken te Renswoude en omgeving. Bij het uitbreken van de oorlog (op 10 mei 1940, red.) moesten wij dienst doen voor vervoer van militairen en materiaal voor het Nederlandse leger in de Wieringermeer.

Aanvankelijk was na 15 mei 1940 het vervoer ontwricht. Na enige tijd vorderden de Duitsers wagens en chauffeurs voor vervoer van materiaal voor het vliegveld bij Leeuwarden ten gunste van de Wehrmacht. Ik was bevriend met Lukas van Wieren. Het werk begon ons tegen te staan. We besloten ermee te stoppen, begin augustus 1940. Dat gaf gedoe maar via een relatie van de Gebr. van Wieren werd dit opgelost. Wij konden nu melk rijden voor de voedselvoorziening, we reden van Friesland naar Amsterdam, Haarlem, etc. Na een jaar stopte dit. Wij vervoerden vanaf toen hoofdzakelijk agrarische producten.”

Contact met de illegaliteit

Gerhard woont op het adres Zuiderzeeweg 2 (toen Slootweg G4) Middenmeer, op hetzelfde adres als brugwachter S. Heerschap. We vervolgen zijn verhaal. “Ik kwam via Lukas van Wieren in contact met Catrinus Douma (1917-1945).”

Van Wieren over zijn tijd met Huizinga: “Wij kregen in Friesland goed betaald werk aangeboden door de Duitsers, maar ons rechtvaardigheidsgevoel en verder alles wat we meemaakten en hoorden, deed ons al spoedig besluiten om de vijand in geen geval in de kaart te spelen, maar waar mogelijk tegen te werken. Hier begon eigenlijk ons verzet wat later uitmondde in de illegaliteit.
Vanaf eind 1942 moesten meer personen onderduiken. Ik kwam de Fries Douma tegen, hij was uit overtuiging illegaal werker. Van hem kwamen de bonkaarten, die ik weer rondbracht waar ze broodnodig waren, dit werk werd steeds meer. Niet voor lang want ik vertrok 12-7-1943 uit Middenmeer naar de N.O.P. Dit is ook de datum dat Huizinga mijn werk overnam en zijn werk in de illegaliteit begon.”

Verzorging onderduikers

Terug naar de Eigen Verklaring van Huizinga, juli 1943. “Allereerst deden we al dat nodig was voor de verzorging en veiligheid van onderduikers. Persoonsbewijzen, vrijstellingen (voor tewerkstelling in Duitsland, red.), zegeltjes op persoonsbewijzen, op stamkaarten, etc. Af en toe deed ik dienst als koerier tussen Douma en enkele personen. Ik verspreidde zelf verzetslectuur en vervoerde ook wel pakketten bonkaarten en lectuur, zowel in als buiten de Wieringermeer.”

Arrestatie

Gerhard zijn illegale werk ging een jaar zo door, tot het mis gaat. “In de nacht van zaterdag op zondag 16 juli 1944 werd ik gearresteerd ten huize van mijn schoonouders aan de Schelpenbolweg, Slootdorp met in mijn bezit een pakket illegale lectuur. (Gerhard was inmiddels verloofd met Jacobje Noordhof (1922-2000), dochter van Wijndelt Noordhof en Klaziena Hollander, red.)

Gerhard: “Het was een gerichte arrestatie. Gelukkig was een jongetje dat bij mijn schoonouders in het gezin was opgenomen, enige tijd tevoren op mijn advies elders ondergebracht. (Een zwager en leeftijdgenoot van Gerhard, Roelof Kats (1920-2007) heeft het in zijn nagelaten herinneringen over een 6-jarig joods jongetje. Red.)  Waarschijnlijk was mijn arrestatie het gevolg van verraad, door de persoon die ik al enige tijd geschaduwd had op verdenking van verraderswerk.”

Gerrit Jacob Blaauboer (1916-1989), ook in het verzet schreef in 1971 in zijn getuigenverklaring: “De man die hiervoor na de oorlog ter verantwoording werd geroepen heeft zich in Den Helder in zijn cel opgehangen (een stille bekentenis).”
Blaauboer doelt op Jannes Pakes. Vanwege zijn contacten met de bezetter was hij berucht in omgeving Wieringen-Slootdorp. Pakes werd half mei 1945 gearresteerd en in afwachting van zijn berechting opgesloten in Fort Erfprins te Den Helder. Op 17-11-1945 hing hij zichzelf op.

Dominee Schaafsma

“Gelijk met mij werden gearresteerd onder meer de heren Piet Ellens en Frans (F.J.A.) van Dam. Ook mijn schoonvader (Wijndelt Noordhof, red.) zou weggevoerd worden. Maar mijn pleiten voor zijn onschuld was blijkbaar zo overtuigend dat ze besloten hem thuis te laten. Zodra ’s ochtends de spertijd voorbij was, werden Catrinus Douma en mijn broer en schoonzus (Arnoldus Huizinga en Aaltje Afman, red.) door mijn verloofde Jopie gewaarschuwd. Onze predikant in Middenmeer, ds. A.W. Schaafsma (1912-1980, red.) werd voor de kerkdienst van mijn arrestatie op de hoogte gesteld.

Dominee Arend Willem Schaafsma (1912-1980) was predikant in de Gereformeerde kerk Middenmeer, 1941-1945. Hij was zeer betrokken bij de hulp aan onderduikers.

Gevangenis en strafkampen

Huizinga herinnert zich in 1971 veel details van zijn arrestatie. “Na een eerste verhoor op 16 juli gingen wij via de Duitse commandant te Ewijcksluis (Jürgen Hinrichsen, bijnaam: het scheermes, red.) naar Harlingen.” Daar werden de arrestanten opgesloten in het politiebureau.

Frans van Dam (landbouwer aan de toenmalige Klieverweg, kavel J37) kon 27 jaar later zijn herinnering aan die angstige dagen met moeite op papier krijgen, hij wil er niet te lang bij stil staan. “Ook ik werd met drie onderduikers gearresteerd en in een overvalwagen weggevoerd. In de Wieringermeer volgden nog enkele arrestaties. In de overvalwagen zaten al personen uit Wieringen en tot mijn verbazing ook Gerhard Huizinga uit Slootdorp, die ze geboeid en aan een ketting met steeds 2 man vasthielden. Na vele omzwervingen werden we overgebracht naar Harlingen en de volgende dag naar Leeuwarden.

Aan deze arrestaties namen plm. 30 Duitsers deel, bewapend met geweren, stenguns en ook een hond welke ze aan een ketting vasthielden evenals Huizinga. Ons arrestanten werd verboden met Huizinga te praten en ze deden zeer lelijk tegen hem. Ik zou hier nog veel over kunnen vertellen maar ’t liefst niet meer over spreken en aan herinnerd worden.”

Dwangarbeid in Duitsland

In het Huis van bewaring in Leeuwarden werd Huizinga in afzondering opgesloten. Gerhard: “Ik werd door twee SD’ers verhoord. Hoewel onder bedreiging ben ik gelukkig in staat geweest om geen namen te noemen. Op 25 juli werd ik met meerdere gevangenen, ook Piet Ellens, op transport gesteld naar Kamp Amersfoort. Hoe het daar was, zal bekend zijn.” Voor de Duitsers is het verzetswerk van Huizinga reden om hem naar een strafkamp in het oosten te sturen.

Vanaf 11 augustus gaat het gevangenentransport naar Duitsland. Huizinga verricht met duizenden andere politieke gevangenen vanaf half oktober 1944 dwangarbeid in de mijnbouw, in de omgeving van Wesseling (Noordrijn-Westfalen). Details over zijn gevangenschap, die duurde tot half april 1945, lezen we niet in zijn Eigen Verklaring voor Stichting 1940 1945.

LEES MEER > Over de bruinkoolindustrie onder nazi-Duitsland, AA Merren für Union Rheinische Braunkohle und Kraftstoff AG.

Verblijfplaatsen Gerhard Huizinga, arrestatie op 17 juli 1944 tot en met terugkeer in Nederland op 22 mei 1945.

Repatriëring

Huizinga over zijn terugkeer naar Nederland: “Aangezien er in Menden op het laatst nagenoeg geen eten meer was en de bewaking nogal soepel was geworden, zijn wij op 6 april 1945 in alle vroegte met zes man het kamp uitgelopen, richting Kamen – Hamm. Daar zou volgens ons idee een front van de Amerikanen zijn.

“Helaas, we werden ’s avonds weer opgepakt door de Feldschütsz en nabij Unna weer in een kamp gestopt. Hier kregen we te horen dat we de volgende dag met vele anderen op stap moesten naar een kamp verder Duitsland in. De hele nacht was er namelijk op niet al te lange afstand hevig geschoten. De verwarring in dit kamp was groot. ’s Nachts zijn we door de omheining gekropen en door velden en over landweggetjes richting het front gelopen. Na drie uur lopen vonden we een schuilplaats bij een weduwe, in de kelder van haar huis, dit was omgeving Nord Lünern. Het Amerikaanse leger rukte inderdaad op, zoals we al vermoedden. Die middag waren we vrij. We liepen weer verder, Amerikanen brachten ons naar een schoolgebouw in Selm en daarna werden we opgevangen in een centrum te Haltern.

“Op 19 mei gingen we op transport naar Holland, ’s avonds laat kwamen we over de grens bij Glanerbrug. De volgende dag door naar Oldenzaal. Daar werden we ontsmet en ondervraagd. Ik mocht met voorrang op 23 mei vertrekken naar mijn ouders te Ten Post, in Groningen. De eerste tijd bleef ik bij mijn ouders, waar na een paar weken ook mijn verloofde aankwam. Jacobje was ziek, al spoedig bleek dat ze TBC had. In de zomer van 1945 bracht ik een bezoek aan onderwater staande Wieringermeer en omgeving. Daar bezocht ik familie en vele kennissen. Helaas hoorde ik ook dat mijn vriend Catrinus Douma en ook A.C. de Graaf gefusilleerd waren. Hoewel ik zelf meerdere keren in doodsgevaar had verkeerd, was dit nieuws een geweldige schok voor mij.”

Volwaardig medewerker

Gerrit Blaauboer onderstreept in 1971 nog eens de belangrijke rol die Gerhard Huizinga had in de LO-Wieringermeer. “Aan de heer Huizinga is een Legitimatie van de LO uitgereikt en ik kan u als oud-districtsleider van de LO verzekeren dat hij een voor 100% volwaardig medewerker en verzetsman was. Indien Huizinga niet was gearresteerd in 1944 had hij na terechtstelling van Catrinus Douma (op 9 februari 1945. Red.) diens plaats moeten innemen. Hoogachtend, G.J. Blaauboer.”

Na 1945 komt Gerhard Huizinga weer in dienst bij Gebr. van Wieren. Gerhard en Jopie trouwen in juni 1949. Hun huwelijk blijft kinderloos. In de jaren zestig runt Huizinga een agrarisch loonwerkbedrijf maar door zijn slechte gezondheid staakt hij dit bedrijf in 1969. In die periode krijgt hij de tip contact op te nemen met Stichting 1940 1945. Huizinga kan aantonen dat zijn slechte gezondheid te wijten is aan de periode van dwangarbeid. Hij ontvangt in 1971 een zgn. Verzetspensioen.

26 juni 1949, huwelijksdag Jacobje Noordhof en Gerhard Huizinga.

Huizinga doet veel bestuurlijk werk onder meer voor de zendingscommissie van de Gereformeerde kerk vrijgemaakt. Maar hij zit in de jaren zeventig ook met collega verzetsmensen als Gerrit Blaauboer en Klaas Snip (Zwaagdijk) in het bestuur van de ‘Kontaktkommissie Verzetsgepensioneerden voor NH-Noord’. Hij krijgt omstreeks 1984 het Verzetsherdenkingskruis uitgereikt.

 

Gerhard Huizinga overlijdt op 3 mei 1996 in Middenmeer, hij werd 75 jaar.  Jacobje Noordhof overlijdt op 6 februari 2000.

De grafzerk op de begraafplaats in Middenmeer is anno 2024 niet meer aanwezig. Afbeelding online-begraafplaatsen.nl

Bronnen:
Nationaal Archief,  Archieven van de Stichting 1940 1945. Persoonsdossiers Gerhard Huizinga en Jacobje Noordhof.
Nationaal Archief, CABR. Dossier Jannes Pakes.
Herinneringscentrum Kamp Amersfoort
www.oorlogsbronnen.nl

STICHTING 1940 1945

Buitengewoon pensioen

Begin 2024 ontvingen nog zo’n 700 mensen een uitkering vanwege de wet Buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp). De wet dateert uit 1947. Personen die door daad of houding hebben deelgenomen aan het Nederlandse verzet tegen de Duitse bezetter tijdens WOII, konden financiële ondersteuning krijgen. Die steun geldt ook voor weduwen en weduwnaars en soms ook de kinderen.

Eigen verklaring

Sinds 1 februari 2024 zijn, onder strikte voorwaarden, bij het Nationaal Archief in Den Haag de persoonsdossiers in te zien van verzetsmensen die financiële ondersteuning kregen volgens de wBP. Aan de toekenning ging een grondige screening vooraf. Aanvragers moesten bijvoorbeeld een Eigen Verklaring schrijven over hun verzetswerk. Verder moest hij/zij de namen van getuigen doorgeven die op hun beurt konden verklaren over het verzetswerk van de aanvrager (m/v). In de administratieve procedure speelde Stichting 1940 1945 de rol van belangenbehartiger van verzetsmensen richting de Pensioenraad van Nederlandse Staat.

Anita Blijdorp.
Contact: anitablijdorp@gmail.com