De begraafplaats in Middenmeer is een walhalla voor vlinders, insecten, spinnen, kleine zoogdieren en vogels. Zoals holbewoner Toglodytus, ofwel het winterkoninkje.
Onze lommerrijke begraafplaats is een ideaal leefgebied voor deze zangvogel: heel veel schuilplekken (vandaar de naam holbewoner), heel veel nestlocaties, heel veel bescherming tegen allerlei weersomstandigheden. Dit kleine vogeltje scharrelt heel behendig tussen allerlei struiken en begroeiing door. Je ziet hem vaker niet dan wel. Maar laat hij zich horen, dan kun je dat luide geluid niet missen. Wat een power aan zang komt er uit zo’n klein vogeltje!
Hele dag foerageren
Winterkoningen leven individueel, nooit in groepen. Hun territorium bakenen ze af door aan de randen ervan te zingen. Ze eten allerlei kleine beestjes die overal tussen planten, stenen en boomwortels gevonden worden. Om genoeg voedsel binnen te krijgen is zo’n winterkoning de hele dag bezig.
In het vroege voorjaar start het mannetje met het maken van nestjes. Ja, meer dan één. Hij lokt met zijn prachtige zang een vrouwtje en die mag er eentje uitkiezen. Lukt dat dan probeert hij nog een vrouwtje te verleiden om een ander nestje te gebruiken. De vrouwtjes doen daarna de rest, de eieren uitbroeden en jongen verzorgen tot ze zelfstandig zijn. Met maar 10 gram lichaamsgewicht is het winterkoninkje een bijzondere bewoner op onze begraafplaats. En zien we vaak dezelfde? Nee, winterkoningen worden hooguit maar één tot twee jaar.
Laurens van der Vaart
5 oktober 2026

Winterkoning. Foto Laurens van der Vaart (2018).
